Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik ga aan
jij/je gaat aan
hij/zij/het/u gaat aan
wij/we gaan aan
jullie gaan aan
zij/ze gaan aan
onvoltooid verleden tijdpast
ik ging aan
jij/je ging aan
hij/zij/het/u ging aan
wij/we gingen aan
jullie gingen aan
zij/ze gingen aan
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben aangegaan
jij/je bent aangegaan
hij/zij/het/u is aangegaan
wij/we zijn aangegaan
jullie zijn aangegaan
zij/ze zijn aangegaan
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was aangegaan
jij/je was aangegaan
hij/zij/het/u was aangegaan
wij/we waren aangegaan
jullie waren aangegaan
zij/ze waren aangegaan
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal aangaan
jij/je zult aangaan
hij/zij/het/u zal aangaan
wij/we zullen aangaan
jullie zullen aangaan
zij/ze zullen aangaan
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn aangegaan
jij/je zult zijn aangegaan
hij/zij/het/u zal zijn aangegaan
wij/we zullen zijn aangegaan
jullie zullen zijn aangegaan
zij/ze zullen zijn aangegaan
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou aangaan
jij/je zou aangaan
hij/zij/het/u zou aangaan
wij/we zouden aangaan
jullie zouden aangaan
zij/ze zouden aangaan
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn aangegaan
jij/je zou zijn aangegaan
hij/zij/het/u zou zijn aangegaan
wij/we zouden zijn aangegaan
jullie zouden zijn aangegaan
zij/ze zouden zijn aangegaan
gebiedende wijs: ga aan
tegenwoordig deelwoord: aangaand
voltooid deelwoord: aangegaan
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Het licht gaat 's avonds automatisch aan.
The light goes on automatically in the evening.
Onvoltooid verleden tijdPast
De straatverlichting ging om zes uur aan.
The street lights went on at six o'clock.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij zijn vorig jaar een samenwerking aangegaan.
We entered into a partnership last year.