Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik duid aan
jij/je duidt aan
hij/zij/het/u duidt aan
wij/we duiden aan
jullie duiden aan
zij/ze duiden aan
onvoltooid verleden tijdpast
ik duidde aan
jij/je duidde aan
hij/zij/het/u duidde aan
wij/we duidden aan
jullie duidden aan
zij/ze duidden aan
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb aangeduid
jij/je hebt aangeduid
hij/zij/het/u heeft aangeduid
wij/we hebben aangeduid
jullie hebben aangeduid
zij/ze hebben aangeduid
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had aangeduid
jij/je had aangeduid
hij/zij/het/u had aangeduid
wij/we hadden aangeduid
jullie hadden aangeduid
zij/ze hadden aangeduid
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal aanduiden
jij/je zult aanduiden
hij/zij/het/u zal aanduiden
wij/we zullen aanduiden
jullie zullen aanduiden
zij/ze zullen aanduiden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben aangeduid
jij/je zult hebben aangeduid
hij/zij/het/u zal hebben aangeduid
wij/we zullen hebben aangeduid
jullie zullen hebben aangeduid
zij/ze zullen hebben aangeduid
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou aanduiden
jij/je zou aanduiden
hij/zij/het/u zou aanduiden
wij/we zouden aanduiden
jullie zouden aanduiden
zij/ze zouden aanduiden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben aangeduid
jij/je zou hebben aangeduid
hij/zij/het/u zou hebben aangeduid
wij/we zouden hebben aangeduid
jullie zouden hebben aangeduid
zij/ze zouden hebben aangeduid
gebiedende wijs: duid aan
tegenwoordig deelwoord: aanduidend
voltooid deelwoord: aangeduid
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik duid mijn woonplaats op de kaart aan.
I point out my hometown on the map.
Onvoltooid verleden tijdPast
De leraar duidde de fout duidelijk aan.
The teacher clearly indicated the mistake.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben de mooiste plekken op de kaart aangeduid.
We have marked the most beautiful spots on the map.